Bangladesharchives


BARM Overzicht Beleid 1995-2015

Bangladesh Archives & Records Management, 1995-2015, een overzicht

 

Met een paar korreltjes gist verander je de structuur van een massa deeg. Met dat idee in het achterhoofd begon archivaris Floor Geraedts in 1995 een samenwerking van Bangladeshi hoogleraren en archiefmensen om ‘iets’ te doen aan archiefzorg, archiefopleiding en archiefbewustwording. Zonder goede bevolkingsadministratie kun je geen verkiezingen organiseren, geen belasting heffen. Zonder een goed ingerichte informatiehuishouding kun je geen rekening en verantwoording afleggen en kunnen burgers hun recht niet halen. ‘Goed bestuur’ is dan niet mogelijk, corruptie helaas wel. Daarnaast spelen archieven een rol als het geheugen van de samenleving, van groot belang voor de geschiedenis, ook van en in Bangladesh. In maart 1999 besloot de Kring van Zuid-Hollandse Archivarissen, op voorspraak van de toenmalige voorzitter, Theo Schelhaas, het project BARM, gericht op archiefontwikkeling in Bangladesh, financieel te ondersteunen. Inmiddels is het project ‘geadopteerd’ door de Koninklijke Vereniging van Archivarissen in Nederland. In Bangladesh zelf heeft het project meer structuur gekregen door de oprichting van de BARM-Society met daarin onder meer vertegenwoordigers van het Nationaal Archief in Dhaka en de Universiteit van Dhaka.

De activiteiten van BARM bestaan voornamelijk uit het organiseren van een jaarlijks bezoek (2-3 maanden) van Floor Geraedts en anderen aan Bangladesh waarbij ter plaatse een intensief programma wordt gevuld, opgesteld in overleg met BARM-Society, onder meer gericht op opleiding, bewustwording, inspectie en wat meer praktische archiefzaken. Van voldoende structurele financiering van BARM is geen sprake, zodat elk jaar weer een beroep moet worden gedaan op fondsen en soms zelfs eigen middelen.

Beknopte geschiedenis van Bangladesh

Op 3 juli 1946 werd de provincie Bengalen verdeeld in een overwegend hindoeïstisch West-Bengalen en een overwegend islamitisch Oost-Bengalen. Bij de onafhankelijkheid van India en Pakistan in 1947 kwam West-Bengalen als staat bij India en Oost-Bengalen als provincie bij Pakistan. In 1955 werd Oost-Bengalen hernoemd in Oost-Pakistan.

Oost-Pakistan werd genegeerd door de centrale regering in West-Pakistan (het huidige Pakistan) en het gebied werd gedomineerd door West-Pakistani. Dit was aanleiding voor het ontstaan van strubbelingen en leidde tot een onafhankelijkheidsstrijd in 1971. Op 26 maart begon het leger van Pakistan aan een bloedige onderdrukking van de opstand, hierbij werden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in groten getale vermoord. In december gaf het Pakistaande leger zich over, mede onder druk van de 3 december binnengevallen Indiase troepen. Majoor  Mujibur Rahman (sociaal-democratische  Awami League) verklaarde hierop de onafhankelijkheid van Bangladesh. Deze ‘vader des vaderlands’ had in Pakistaanse gevangenschap gezeten en keerde terug om gestalte te geven an de toekomstverwachtingen van  75 miljoen Bengalen. En dat in een bestuurlijk en administratief vacuum. Het zat de Bengalen niet mee: in drieëneenhalf jaar tijds zwichtte een moeizaam geïnstalleerde begonnen parlementaire structuur onder de druk van bestuurlijke wanorde, een van criminaliteit en corruptie doordesemde politiek, economische chaos en uitzonderlijk natuurgeweld. Uit de  reeks machtswisselingen volgend op de militaire staatsgreep en de moord op praktisch de hele familie van Sheikh Mujib (Rahman) van 15 augustus 1975 verrees een nieuw Bangladesh onder de leiding van generaal Ziaur Rahman, de Oostpakistaanse generaal die in de eerste dagen van de Bengaalse opstand in maart 1971 met een radio-oproep vanuit Chittagong een belangrijke stimulans tot verzet tegen de Westpakistaanse autoriteiten gaf.  Zijn verdienste was dat hij althans gedurende de jaren 1975-1981 enige eenheid in het hopeloos verdeelde land bracht en enige economische vooruitgang mogelijk maakte. De verdeeldheid onder de Bengalen had alles te maken met de tegenstelling seculieren – Islamisten, voorstanders van onafhankelijkheid tegen Pakistaanse collaborateurs, voorstanders van een neutrale meer op India gerichte koers en voorstanders van een (beperkte) Islamisering, overigens gecombineerd met oriëntatie op de USA. Na een episode van grote politieke instabiliteit en dictatoriale gezagsuitoefening (1981-1990) begon met het verdrijven van de militaire leider Hossain Mohammed Ershad in 1990 een periode van parlementair bestuur. De verkiezingen voor organen van de nationale, regionale en locale overheden zijn steeds opnieuw een bron van heftige tegenstellingen, felle disputen over electoraal geknoei en forse geweldpleging maar tot op heden bleken de democratische instellingen voldoende levensvatbaar. Het formele idee van een onafhankelijke rechtspraak wordt allerwege toegejuicht, maar het bestuurlijke cirquit neigt voortdurend tot beïnvloeding van de rechtspraak. Op landelijk niveau roept dit via scherpe protesten in de media en de politiek voldoende tegenkrachten ten gunste van onafhankelijke rechtsmacht op. De corruptie lijkt toe te nemen, maar tegelijkertijd krijgt ook de weerstand ertegen meer aandacht en gewicht.

Het presidentschap van Bangladesh is een grotendeels ceremoniële positie, de macht ligt bij de minister-president die het hoofd van de regering is. De president wordt iedere vijf jaar gekozen door het parlement. De beperkte macht van de president wordt uitgebreid in tijden van een overgang tussen 2 regeringen. De president benoemt de minister-president uit de parlementsleden, hij dient hierbij iemand te kiezen van wie hij aanneemt dat die de steun van de meerderheid van de parlementariërs geniet. De president benoemt ook de leden van de hoogste rechtbank, de Supreme Court.

Goed bestuur

BARM  staat voor Bangladesh Archives & Records Management en beoogt in Bangladesh wezenlijk tot ontwikkeling en armoedebestrijding bij te dragen door ‘goed bestuur’ (‘good governance’) te bereiken. ‘Goed bestuur’ betekent gelijkheid van de burger tegengesteld aan willekeur, verantwoording afleggen, controleerbaar rechtsverkeer en  handhaving van de wet. Een goed bestuur kan niet zonder betrouwbare administratie. BARM draagt die boodschap uit. Omdat BARM klein is, vraagt BARM een verantwoorde inzet van mensen en middelen die het  bewustwordingsproces en kennisoverdracht op gang houden.

BARM is zoals gezegd als gist, een bijna verwaarloosbare materie die een grote deegmassa van structuur doet veranderen.  En dat is precies wat informatie- en archiefbeheer in het maatschappelijke leven doen. Archieven zijn belangrijk.

Het is niet leuk om als burger van loket A naar loket B te worden gestuurd, maar al met al geldt: lang leve de bureaucratie, een bureaucratie die zo efficiënt mogelijk opereert en vooral zonder willekeur. Zonder goede bevolkingsadministratie bijvoorbeeld wordt het wel erg lastig om verkiezingen te organiseren, belasting te heffen en te bepalen hoeveel ziekenhuizen, scholen enzovoort er moeten worden gebouwd. De neerslag van de bureaucratie vinden we in archieven.

Archieven

Archiefstukken, je kunt ze achter elkaar leggen in een even eindeloze als nutteloze sliert van Parijs naar Dakar of van Den Haag tot Chittagong. Je kunt ze door de papierversnipperaar halen en er confetti van maken of je kunt ze bewaren, ordenen en beschrijven opdat toekomstige generaties er iets aan hebben bij de bestudering van het verleden.

Archieven dienen het geheugen en geweten van de samenleving. Dat besef was zelfs aanwezig in de prille staat Bangladesh. In 1973, enige maanden na de aanvang van de onafhankelijkheid van Bangladesh, werd  een Nationaal Archief opgericht, vooral door toedoen van dr K.M. Karim (geb. 1933) een bibliothecaris. In twee winkelpanden aan New Elephant Road , even ten noorden van het oude centrum van Dhaka, werd een massa archiefbescheiden van het Secretariat (departementale organisatie van het voormalige provinciebestuur van Oost-Pakistan met stukken van de voorganger daarvan, het provinciale bestuur van Bengalen onder de Britse overheersing) gestald en een studiezaal ingericht. De jaarverslagen laten zien met hoeveel inzet en toewijding met een absoluut minimum aan hulpmiddelen en in een klimaat van nogal grote onverschilligheid voor het archiefbeheer van de kant van de politici een nationale archiefdienst werd opgebouwd. In 1976 behoorde Karim tot een van de stichters van de Zuidwestaziatische afdeling van de I.C.A. (S.W.A.R.B.I.C.A.). Personeel werd op archiefcursus gestuurd naar Londen en Delhi (Indiase archiefschool) en in 1983 lukte het Karim, de beslissende handtekening van de toenmalige president, generaal Ershad onder de National Archives Ordinance te krijgen. Deze eerste Bengaalse archiefwet werd in 1986 gevolgd door in gebruikname van een nieuw gebouw voor de National Library & Archives of Bangladesh in het regeringskwartier van Dhaka.

Buiten de werkingssfeer van de National Archives liggen de Dictrict Collectorate Records Rooms (DCRR), in elk van de hoofdsteden van de 17 ‘oude’ districten, zoals ze al in de periode tussen 1772 en 1857 waren ingesteld door de Britse Raj en ook na de Onafhankelijkheid van Pakistan in 1947 en de verzelfstandiging van Bangladesh in 1971 waren blijven bestaan tot de administratieve hervormingen van 1984 onder president Ershad. In zo’n District Collectorate Record Room zijn kadastrale gegevens, bestuursarchieven en dikwijls ook de rechterlijke archieven aanwezig. Het beheer geschiedt nog onder de regels van het Bengal Records Manual 1943 dat teruggaat op een eerste versie uit 1854.  Het beheer beperkt zich tot het zoveel mogelijk onberoerd laten van de massa’s papier, het af en toe bestrijden van insecten, ratten en slangen en het volstouwen van gangpaden en uithoeken van het gebouw met nieuw gevormd archief. Een groot deel van de activiteiten van het personeel beperkt zich tot het afgeven van afschriften uit de openbare hypotheek- en eigendomsregisters  (een dikwijls lucratieve werkzaamheid volgens het motto “every job is a shop” !).

Archieven zijn er niet alleen voor historici, archieven zijn er ook of vooral voor de recht en bewijszoekende burger (ook u) die in een goed geordende papierstroom een betrouwbare, controleerbare en dus niet corrupte overheid herkent.

Kloppen de kadastrale gegevens van uw huis, is er vervuilde grond aanwezig op de plek waar u wilt bouwen, hoe loopt nou precies die oude riolering, er schijnt een wat oudere gemeentelijke verordening te bestaan met een kapverbod van de bomen in uw buurt (is dat zo?), u bent uw schooldiploma kwijt en wil toch graag een bewijs hebben dat u bent geslaagd (bent u dat?). Wat zou u er van vinden indien u zo’n bewijs zou kunnen kopen, nee zou moeten kopen, van een sjoemelende ambtenaar die overigens op geen enkele wijze in zou kunnen staan voor de juistheid van die gegevens? Hoe zou u tegen de ‘schoolbewijzen’ van anderen aankijken?

Corruptie

De Nobelprijswinnaars North (USA, 1990) en Amartya Sen (India, 1998) en de Peruaanse ontwikkelingseconoom Hernando de Soto  hebben gewezen op het belang van corruptiebestrijding, doorzichtigheid en controleerbaarheid van procedures in het publieke leven en de betrouwbare, aan democratische controle onderhevige administratie en archiefvorming. De Soto wees er ook op, hoezeer elites hun belangen t.o.v. de arme massa’s beschermen door hun eigendomsregistraties af te schermen, de ‘Glazen stolp’, waar men zoveel mogelijk de grote massa met haar economie buiten wil houden. Met daarbij gevoegd de structuur van een ook van buitenaf – door internationaal opererende multinationals  – instandgehouden ‘detentie-economie’ waarbij van vrije prijsvorming voor de verhandeling van de voor export bestemde goederen (denk aan ‘ready made garments’ / kleding) geen sprake is.

Bijvoorbeeld een project om een goede, betrouwbare belastingadministratie op te zetten in Bolivia, maakt duidelijk dat papieren en digitale vastlegging van procedure en werkwijze – zowel het arbeidsproces als de juridische bewijsvoering – de infrastructuur vormt. Deze infrastructuur bepaalt de doelmatigheid, de eerlijkheid en de corruptiebestendigheid van het verkeer tussen belastingheffende overheid en belastingplichtige burger en/of rechtspersoonlijkheid.  Zonder zo’n infrastructuur blijven beloften om eerlijk en doelmatig te werk te gaan, steken in goede bedoelingen.

Vergunningverlening door de overheid via heldere procedures verkleint de kans op geknoei – met extra douceurtjes (every job is a shop) voor de ambtenaar of bestuurder – en de willekeur in handhaving van wetten aanzienlijk; openbare en controleerbare archiefvorming dus.

Het besef hiervan in de wereld  is  – aarzelend –  groeiend. Dat behoeft ook in Bangladesh  in het kader van de uitvoering van BARM, veel uitleg en discussie.

In grote delen van de zogenaamde Derde Wereld ontbrak tijdens de postkoloniale fase een gezonde bureaucratische traditie: weinig inheemse ambtenaren hadden een via generaties opgebouwde kennis van de positieve betekenis van wat zij toch vooral laatdunkend leerden te zien als “bureaucratische rompslomp”, werk van “dorre klerken” die in ondergeschiktheid hun koloniale meesters moesten dienen. Het hoge koloniale en uitheemse ambtenarenkader voelde zich,  net als hun inheemse opvolgers uit de politieke en intellectuele elite van na de onafhankelijkheid, uiteraard te hoog verheven om zich bezig te houden met het laag aangeslagen papierwerk van dossiers, registers en archieven.  Daarnaast is het aankondigen van voedselprogramma’s, woningprojecten, bruggenbouw en – vooral – strijd tegen corruptie veel spectaculairder en meer mediageniek / esthetischer dan het monnikenwerk van het ontwerpen en uitvoeren van registratie en archiefbeheer om die grootse trajecten ook echt vast te leggen en controleerbaar te houden.

Dat in de traditie van de ontwikkelingssamenwerking (nu zo’n halve eeuw oud), van de kant van de donorlanden, ook Nederland, het belang van registratie en archiefbeheer voor het zuiver en doelmatig maken van het publieke bestuurs- en rechtsverkeer ook pas nu onderkend wordt heeft – paradoxaal genoeg –  te maken met de aanwezigheid van een goed toegeruste registratie- en archiveringspraktijk in de ‘Eerste wereld’. Het is als met vanzelfsprekend gemak: wat al lang onopvallend beschikbaar is, wordt niet opgemerkt: in onze archieven wijzen de alom aanwezige rekeningen van stadsbesturen, regentencolleges van gasthuizen, kloosters enzovoort al op een traditie die al ouder dan zes eeuwen is; dit blote feit op zich maakt de relatie tussen archiefbeheer en controleerbaarheid en doelmatigheid voor ons hier zo vanzelfsprekend dat het verband zijn opvallende betekenis kwijtgeraakt is, in elk geval voor bestuurders, managers, en het overgrote deel van niet-archiefmensen in het algemeen. In het kader van de digitale informatiehuishouding is er juist weer aandacht ontstaan voor het nut en de noodzaak van een goede archiveringspraktijk.

Er is nog een andere invalshoek van waaruit men kan zien  waarom in het besef van de meeste mensen in Bangladesh registratie, archiefbeheer en papieren of digitale controleerbaarheid achteloos weggewuifd worden. Een voorschrift in Bangladesh vergt van werkzoekenden, officiële werkzoekenden welteverstaan, het verwerven van een werkvergunning en –inschrijvingsbewijs bij de gemeente. Een uitvloeisel, een concreet papieren uitvloeisel, van wat ooit vast als onderdeel van een wetgeving tot bevordering van werkgelegenheid en economische ontwikkeling bedoeld was, maar echter en helaas allang een wassen neus geworden, nee erger nog, een manier van bestuurders en ambtenaren om via leges (en vooral natuurlijk ook smeergeld) wat extra inkomsten te verwerven. Voor de belanghebbende en rechthebbende burger vertegenwoordigt zo’n werkvergunning alleen maar de zinloosheid, bemoeizucht, vraatzucht enzovoort van politiek, bestuur en bureaucraten en belichaamt een (veelzeggend genoeg!) papieren maatregel. Wat dus het symbool van rechtskracht zou moeten zijn: een schriftelijke verklaring, vergunning, geboortebewijs, visum, paspoort, kadastraal uittreksel enzovoorts, instrument voor die man of vrouw om een doel in het leven te bereiken, of ongunstige krachten in het maatschappelijke leven af te wenden, wordt een karikatuur of belichaming van het tegendeel: willekeur, inkomensvorming van de bureaucratische en politieke knoeier en bloedzuiger.

Bij het implementeren van BARM moeten dus ook in dit licht veel weerstanden overwonnen worden. Temeer waar ook nog geldt dat een groot deel van degenen die het meeste belang hebben bij het voortbestaan van willekeur, ondoorzichtigheid, gebrek aan verantwoording en wetteloosheid ook de feitelijke maatregelen tot correctie van dat systeem (dat is immers het invoeren van de infrastructuur voor Good Governance!) moeten vormgeven en doorvoeren.

In politieke programma’s bij de verkiezingen van bijvoorbeeld  1 oktober 2001 hadden Awami League (AL), Bangladesh Nationalist Party (BNP) en andere partijen programmapunten als accountability, transparency, rule of law, justice, reducing criminal behaviour en corruptiebestrijding in het openbare bestuur en de kwartaire sector. Helaas blijft het vaak bij een dode letter.

In januari 2007 ontstond er in Bangladesh een Caretaker Government, dat eerst en vooral een reactie was op de voortdurende politieke strijd. Eerlijke verkiezingen werden voorbereid, gebaseerd op betrouwbare kiezerslijsten. De op grond van de nieuwe kieslijsten (gebaseerd op ID cards in samenhang met een invoeren van Bevolkingsregistratie) gehouden verkiezingen van december 2008 maakten het nut van archivering bij registratie van kerngegevens onbetwistbaar duidelijk. Daarmee was de invloed van buitenaf, bijvoorbeld van de Worldbank (vragend om Good Governance sinds 2001) voor het eerst in Bangladesh zelf merkbaar en zichtbaar geworden.

‘Right To Information’ (RTI) werd in 2009 bij wet geregeld in Bangladesh. Vanaf dat moment is met horten en stoten een proces op gang gekomen waarin het belang van dagelijks archiefbeheer van nationaal tot plaatselijk bestuursniveau zichtbaar werd. RTI doet burgers, soms aarzelend vanwege een lange traditie van gesloten bestuur, om informatie vragen bij hun overheid. En dat nu precies vraagt om toegankelijke en volledige archieven. Zowel nieuwe als oude. In deze ontwikkelingslijn past ook de verbreiding na 2009 van toepassing van het zogenaamde Citizen’s Charter (servicenormen, afspraken) tot in de sfeer van het plaatselijke bestuur. In de kleinste gemeenten treft men nu de UISC’s aan: Union parishad Information Service Center. Deze UISC’s zorgen voor digitalisering van de Burgerlijke Stand, bieden Internetcommunicatie aan hun locale gemeenschap en leveren overheidsdiensten volgens Citizen’s Charter.  En dan is er nog de beleidskeuze van de regering (sinds 2009) onder het motto “Vision 2021 (50 jarig jubileum van de staat Bangladesh) ‘Digital Bangladesh 2021’. Al dit beleid draagt bij aan een verbreiding van een soort  “informatiegevoeligheid” of “informatiebewustzijn” onder brede lagen van de bevolking die daardoor in  een ongekend intensief contact met de overheid wordt gebracht. Daardoor is het tot voor kort bestaande model van een overheid die, als in de koloniale tijd, veilig afgezonderd van de maatschappij en zich onbespied wanend haar gang kon gaan snel aan het vervagen.

Daarmee is overigens nog geen eind gekomen aan het grootste gif in de maatschappij: corruptie, maar meer transparantie is een goed begin.

Stabiliteit in de politiek is er helaas niet en dat  is wel nodig om tot ‘goed bestuur’ te komen. Begin april 2013 schreef journalist Abdul Hannan in de Daily Star (de NRC van Bangladesh): ‘Perhaps poet T.S. Eliot was right when he wrote “April is the cruelest month.” ’ Abdul Hannan is geen helderziende. Hij doelde niet op de aanstaande ramp in het Rana Plaza gebouw in Dhaka op 24 april waar naar schatting 900 textielarbeiders zijn omgekomen, meest jonge vrouwen. Hannan refereerde aan de politieke tegenstellingen: ‘By all indications, the country is teetering on the brink of potential danger of a long-running and bloody civil strife, like that of Afghanistan, Somalia, Sierra Leone and Darfur, under what many describe as the burden of two predominant political parties, the ruling Awami league and the main opposition party BNP, fighting at loggerheads for power. God forbid that it should happen.’ (Daily Star 7 april).

Bewustzijn

Veel groepen moeten links en rechtsom bereikt worden met archiefbewustzijn bevorderende activiteiten. Er zijn diverse opleidingsinstituten van overheidspersoneel  die bereikt moeten worden. Via postdoctorale opleidingen moeten veel studenten in richtingen al;s Bestuurskunden, Sociologie, Rechtswetenschap, Geschiedenis, Economie, Informatica, Bedrijfskunde,  Medicijnen, Psychologie op de hoogte worden gebracht van begrippen als ‘good governance’ en ‘right to information’ en het belang daarvan voor de democratische rechtsorde. Dit geldt natuurlijk ook voor boeren, pachters, werknemers in ambacht en bedrijf (loonstrookjes, arbeidscontracten), scholieren en niet in de laatste plaats politici, bestuurders, leden van volksvertegenwoordiging, de rechterlijke macht en ambtenaren.

Dat betekent dat een projectorganisatie opgebouwd moest worden die een heel wat langere tijd moet werken dan eigenlijk voor een project goed is. Immers, projectmatig werken vergt een korte looptijd. Als we het hebben over het BARM-project dan gaat het om decennia van bewustmaking (netwerkopbouw en –onderhoud, publiciteit in de grote media en de vakbladen) van publieke opinie, overheden en kwartaire sector en bedrijfssectoren. Daarnaast wordt gewerkt aan het opzetten van een infrastructuur voor archief- en informatiebeheer en –beschikbaarstelling, scholing van archiefpersoneel en informatiebeheerders en wetswijziging (Right to Information Act).

Bij archiefbeheer in Bangladesh denk je niet aan een dringende noodzaak in de sfeer van eerste levensbehoeften; hoe maak je duidelijk, vooral voor buitenstaanders, dat archiefbeheer zeker even wezenlijk is als wegenaanleg en de bouw van havenfaciliteiten?

Je moet laten zien dat de relatie tussen corruptie en archiefbeheer onopvallend is voor buitenstaanders maar  niet voor direct betrokkenen.

Ontwikkelingssamenwerking

Een  belangrijk ijkpunt in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is de aanwezigheid van betrouwbaar bestuur, ‘good governance’ in een voor hulpverlening in aanmerking komend land.  Nu is hier al meteen sprake van een paradox: enerzijds kan een te helpen land alleen maar in aanmerking komen voor hulp wanneer er voldoende elementen van betrouwbaar bestuur aanwezig zijn, anderzijds is nu juist een wezenskenmerk van de sociaaleconomische en technische onderontwikkeling – waarin ons ontwikkelingsbeleid als donorland soelaas wil bieden – het slecht functioneren van bestuur en rechtsstelsel.

Bangladesh behoort tot de groep landen waarmee ons land een intensieve  ontwikkelingssamenwerking heeft ontwikkeld, teruggaand tot 1972 toen de nieuwe staat ontstond uit het Pakistaanse Oost-Bengalen. Voor 1971 was er al een hulprelatie met Pakistan waarvan Bangladesh toen de oostelijke helft uitmaakte. Het land is bijna 4 maal zo groot als Nederland en kent  met zijn [160….FG 7 mei 2013] miljoen inwoners een ernstig overbevolkingsvraagstuk. Mede onder invloed van een massale toepassing van kunstmest, irrigatie en plantveredeling is het beeld van massale hongersnoden verleden tijd geworden. De gemiddelde levensduur ligt op 50 jaar en het onderwijs heeft geresulteerd in een alfabetisering van ruim 30%. Sedert onderwijshervormingen van 1993 vertoont het aantal vrouwen met scholing een opvallende stijging.

De laatste jaren speelt ook de verspreiding van mobiele telefoons (China dumpt overschotten in productie in landen als Bangladesh) een rol bij alfabetisering. Een vrouw op het platteland die een sms kan sturen naar een dokter in het dichtstbijzijnde dorp heeft daar (levens)belang bij. Een dicht en goed werekend computernetwerk heeft Bangladesh niet, maar  de mobiele telefoons/smartphones zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Ze functioneren ook als verbinding met het Internet.

In de Europese contekst zijn vooral landen als Noorwegen, Zweden en Denemarken gericht op culturele ontwikkeling, denk aan behoud van het culturele erfgoed. Engeland heeft als centrum van de Common Wealth speciale belangstelling voor institutionele ontwikkelingssamenwerking, bij uitstek het terrein van het bevorderen van ‘good governance’ .

Nederlandse organisaties en bedrijven hebben zich vooral ingezet op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, waterbeheer en de ontwikkeling van landbouw en veeteelt. In dit beleid geldt als bijzonder aandachtpunt de positie van nietbevoorrechten, zoals de vrouwen, landloze families en minderheden.

Gedurende het laatste decennium is steeds meer het inzicht gegroeid dat versterking van overheidsfunctioneren en de ontwikkeling van instellingen in het maatschappelijk middenveld, zoals we dat hier in ons land noemen, basisvoorwaarde is voor gewenste sociale en economische ontwikkeling.

In dit veld is in 1995 door toedoen van prof. Dr Ratan Lal Chakraborty, en zijn collega’s  Muntasir Mamoon, Sirajul Islam en Sharifuddin Ahmed en Floor Geraedts (toen gemeentearchivaris van Leidschendam), het archiefproject Bangladesh van start gegaan, oorspronkelijk als antwoord op vragen vanuit hun onderzoeks- en onderwijspraktijk in het History Department van Dhaka University en de directie van de National Library & Archives of Bangladesh in Dhaka. Het project, vanaf 1996 onder de naam BARM  (Bangladeshi Archives & Records Management), werd in 1998 –  door bijzondere inspanning van (toen nog) gemeentearchivaris van Leiden, Theo Schelhaas  – opgenomen in de activiteiten van de Stichting Saamhorigheidsfonds Heemstede en in 1999 geadopteerd door de Kring van Zuid-Hollandse Archivarissen.

Wat heeft BARM bereikt?

Programma van BARM was het met elkaar in contact brengen van voor het archiefbeheer relevante personen en instellingen, in Bangladesh en in tweede instantie daarbuiten. De meeste historici in Bangladesh zijn niet vertrouwd met archiefonderzoek. De studiezalen van de National Archives zijn voor hun onbekend terrein, evenals de 17 District Collectorate Records Rooms verspreid over het land. Deze DCRR’s zijn combinaties van kadaster, gerechtelijke archieven in de regio en bestuursarchieven, opgericht vanaf 1759 en nog steeds in werking.

De reizen naar Bangladesh hebben ervoor gezorgd dat collega’s in Bangladesh opleidingen hebben genoten (van cursussen ter plaatse, ‘train the trainers’, tot uitzending naar India) en hebben de collega’s in contact gebracht met internationale netwerken (ICA, NL, Skandinavië). De bezoeken hebben geleid tot de oprichting ter plekke van BARM-Society. De relatie tussen BARM en BARM Society is verankerd bij de Commissie Archival Solidaity van de KVAN. Het zogenaamde ‘’Heritage Centre” in Rajshahi (een IISG in de dop) heeft ondersteuning gekregen. Vakkennis wordt uitgewisseld onder meer via de weblog https://bangladesharchives.wordpress.com en vooral ook de Facebookgroep ‘Friends Of Archives of Bangladesh’ (= FAB).  Het aanboren van in Bangladesh aanwezige kennis werd ook vormgegeven door het zoeken van samenwerking met ICDDR,B (Archief-  en bibliotheekafdeling) en Information Science & Library Management Deptartments en Computer Science & Engineering – departments van verschillende universiteiten. Soms is er een uitwisseling van studenten, en collega’’s (Universiteit Leiden, internationale conferenties). In Bangladesh zelf heeft de Right to Information Act bijgedragen aan de bewustwording van het belang van een goede administratie voor goed bestuur. Het regeringsprogramma ‘digital Bangladesh 2021’ stimuleert de digitale ontwikkelingen.

BARM is ondertussen een Stichting geworden met ANBI-status. Dat helpt bij fondsenwerving. Stichting “De Pelgrimshoeve Zoetermeer”, Stichting Saamhorigheidsfonds Heemstede, Kledingfonds KICI en Rotary-clubs hebben tot nu toe ondersteuning verleend.

Een sterke nadruk in het BARM-programma ligt op opleidingen. Waarop zijn de cursussen en trainingen gericht? Medewerkers van de nationale archiefdienst hebben vooral belangstelling voor de aanpak van dagelijks terugkerende problemen op het gebied van, materieel beheer en dienstverlening. Wat voor specifieke kennis of vaardigheden hebben wij hun te bieden? Die liggen bijvoorbeeld op het vlak van organisatie en planning. Zelf hebben zij aanzienlijke talenten op het vlak van functioneren in minimale omstandigheden en wanneer het op improviseren aankomt. Eenmalige acties waarvan de uitwerking kortdurend is kunnen zo heel bevredigend tot stand komen. In de wereld van archiefbeheer en informatiebeleid heb je natuurlijk nogal sterk met langlopende processen te maken. Daarin een juiste ‘rijsnelheid en koers’ bepalen vergt zorgvuldige planning en organisatie.

Bijvoorbeeld tijdens conferenties in november 1997, februari 1998 en oktober 1999 waarbij het nationale historische genootschap (Bangladesh Itihas Samiti) en diverse historische instituten en het Nationaal Archief betrokken waren, kwam aandacht voor het uitzonderlijk gebrekkige archiefbeheer en bleek ook grote belangstelling voor betere huisvesting, opleiding van personeel en een hervorming van het archiefwezen. Groot knelpunt, altijd weer,  is hoe de (ontluikende) belangstelling voor de noodzaak van goed archiefbeheer kan worden omgezet in een structurele planning en  programma en de financiering daarvan. Het tempo is wisselend en vaak een kwestie van een paar stappen vooruit en een paar stappen achteruit.

Samenwerking van BARM – Society met ‘Prothom Alo’, een belangrijke landelijke krant in Bangladesh, heeft vanaf 2010 een versterking ingeluid, met name inzake netwerkopbouw. Intensivering van het archiefbewustzijn en kennisdeling via studiedagen, ook samen met de National Archives of Bangladesh, krijgen hierbij extra aandacht.

Begin januari van 2013 is vanuit het Archival Department van ‘Prothom Alo’ een groep van start gegaan: Friends of Archives Bangladesh, met een gelijknamige Facebookgroep als belangrijkste forum. Deze groep, Friends of Archives Bangladesh (FAB) heeft ook contact met  Bondhushova, de vereniging van vrijwilligers van ‘Prothom Alo’, zo’n tweehonderd meest jonge mensen die zich maatschappelijk willen inzetten in allerlei sectoren en daarmee ook hun arbeidsmarktpositie willen verbeteren. Hiermee wordt een versterking van het uitstralingseffect van BARM bereikt.

Ook het beschikbaarstellen van Nederlandse archiefbronnen, vooral vanuit het VOC-archief in het NA in Den Haag, via scanning, transcriptie en vertaling heeft, gestart op verzoek van het Archival Department van genoemde krant, tot doel bij te dragen aan verdere ontwikkeling van de Bengaalse geschiedschrijving.

Wat willen  BARM en BARM-Society nog bereiken?

Bovenstaande doet wellicht vermoeden dat BARM gebaat is bij een enorme ‘pot geld.’ Hoewel de financiering ronduit onvoldoende is – ondersteuning voor de reizen en het opzetten van een programma –  blijft meer dan welkom , is dat laatste niet het geval.  BARM stelt zich op het standpunt dat alle initiatieven ter plekke moeten worden ondersteund, hetzij in menskracht, hetzij in bescheiden (hoe bescheiden dan ook) financiële middelen. Grote geldstromen trekken meestal de verkeerde mensen aan en leiden niet vanzelfsprekend tot grote daadkracht.

Het opzetten van een structurele archiefopleiding in Bangladesh blijft het speerpunt van BARM en BARM-Society. De komende twee jaar zullen alle inspanningen daar op worden gericht, opdat het jubileumjaar 2015 waardig kan worden afgesloten.

FG/RS mei. 2013

Advertisements

Leave a Comment so far
Leave a comment



Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s



%d bloggers like this: